Gallery

Familiebedrijf De Monnik Dranken:

Van de hondenkar naar de wereldmarkt

Redactie

Het bedrijf begon ooit met een paar flesjes champagnepils in een hondenkar. Nu, 101 jaar later, heeft De Monnik Dranken zo’n 2000 klanten, 9500 producten en importeert het dranken uit 40 landen over de hele wereld. Toch is het geheim van het familiebedrijf in die ruime eeuw niet echt veranderd. ‘Of je nou een groot of een klein bedrijf hebt, je moet je onderscheiden.’

Iets bijzonders op de markt brengen. Dat deed Hendrik Olde Monnikhof al in 1918. Hij bracht met een hondenkar en een bakfiets ‘champagnepils’ rond. Het leverde hem in Oldenzaal de bijnaam Pils Hennik op. Later namen zijn zoons Jan en Henk de zaak over. Hans, de zoon van Henk, kwam in 1979 in de zaak en is er nu nog steeds directeur. Zoon Luuk is de vierde generatie bij De Monnik Dranken, als commercieel directeur.

Luuk en Hans Olde Monnikhof

Wie in de mooie bovenzaal van het Oldenzaalse pand zit, ziet drank, drank en nog eens drank. Mooie wijnen, exclusieve whisky’s, speciaalbieren: 9500 producten levert het bedrijf aan zo’n 2000 klanten, voornamelijk horeca en slijterijen. Daarnaast is er een importtak die 1200 artikelen zelf naar Nederland haalt, altijd als exclusieve distributeur voor ons land. En De Monnik Dranken is ook een merkenbouwer, op beurzen en proeverijen worden merken succesvol onder de aandacht gebracht.

Glaasje sinas

Wie had dat kunnen denken, toen Hans in 1979 in de zaak stapte. ‘Ik kom wel uit een drankenhandel, maar wij kregen vroeger alleen in het weekend een glaasje sinas, door de week dronk je water. Drank was iets voor verjaardagen. In die tijd kon je met pils en Eelaart Drie Sterren Jenever 98 procent van de dorst nog wel lessen,’ herinnert Hans zich.
De horeca was destijds nog vooral dé plek om het andere geslacht te ontmoeten. ‘Nu gaan mensen naar een café omdat het een mooi concept is, met een bepaalde beleving. Dat vraagt om een heel andere aanpak’, weet zoon Luuk.
Tegenwoordig wordt er thuis en in de horeca lekker genoten, ook als het geen feest is. De tijd dat alleen met hoogtijdagen als Kerst en Oud & Nieuw drank op tafel kwam, is allang voorbij. De laatste jaren ziet Luuk de trend dat mensen in liters minder drinken, maar dat er wel meer geld aan wordt uitgegeven. Pils is nog steeds een bestseller, maar ook speciaalbiertjes zijn zeer in trek. ‘Mensen willen meer weten van wat ze drinken. Wij importeren wijn en gedestilleerd van producenten met een verhaal, met vakmanschap. Dat slaat aan’.

Disco’s van weleer

Hans ziet dat de wereld letterlijk kleiner is geworden. ‘Mensen gaan vaker op vakantie, ook naar exotische oorden. Dan maken ze daar kennis met een drankje en willen dat hier ook.’ Dan is het zaak er tijdig bij te zijn, als importeur. Zo maakte het familiebedrijf in 1993 een klapper door bij de producent van Feigling, één van de eerste shotjes, aan te kloppen omdat het verhaal de ronde deed dat het mini-flesje enorm in trek was bij een discotheek in Uelsen, net over de Duitse grens. En introduceerde het bedrijf longnecks als Woody’s en WKD in ons land, zoete drankjes die al gemixt in een flesje zaten en aansloegen bij jongeren. ‘Toen mochten jongeren van 16, 17 jaar nog drinken, dat is nu pas met 18. En de grote disco’s van weleer zijn verdwenen’.

Drankjes kwamen en gingen, in die eeuw. ‘Zo’n twintig jaar geleden kwamen trends wel sneller op en waren ook sneller weer weg.’ Oude vertrouwde dingen als bessen met ijs en jonge jenever worden nog steeds gedronken, maar lang niet meer in die mate als pakweg 35 jaar geleden.
Volgens Hans is het de kunst om bij de import de pareltjes eruit te vissen. ‘Gelukkig komen leveranciers vroegtijdig hier als ze wat nieuws hebben. Een goede verstandhouding opbouwen met je leveranciers en je klanten is heel belangrijk.’

Bourgondisch

Die zelfde zorg geldt ook de medewerkers. ‘Er is hier gelukkig maar weinig verloop. We hebben drie werknemers die hier al 40 jaar of langer werken, en 15 tussen de 25 en 39 jaar. Doordat we de laatste vijf jaar het personeelsbestand konden verdubbelen naar 105 mensen, konden we ook verjongen. En personeel krijgt de kans om met ambitie en scholing door te groeien’.

In Overijssel lusten we wel een borrel. Of een wijntje. ‘Bourgondische mensen. Kijk maar hoe vol de terrassen in Enschede, Hengelo en Oldenzaal zitten. We hebben ook nooit overwogen hier weg te gaan. Bijna al onze medewerkers zijn Twents’.

Koninklijk

Om het eeuwfeest vorig jaar extra luister bij te zetten, besloten de Olde Monnikhofs het predicaat Koninklijk aan te vragen. Dat was nog zomaar niet gefikst, de hele procedure nam bijna twee jaar in beslag. Commissaris van de Koning Andries Heidema reikte het predicaat uit. Hans: ‘Wij hadden geen idee wat daarbij kwam kijken. We hebben iemand ingehuurd om het allemaal in te dienen bij de gemeente. Je moet natuurlijk wel kunnen aantonen dat je 100 jaar bestaat en mijn opa was toentertijd niet zo van de administratie. Dus dat was nog een heel gezoek naar documenten.’
‘Het leuke was wel dat er toen ook allerlei andere dingen weer boven water kwamen, zoals bonnen van onze allereerste leverancier,’ vult Luuk aan. De gemeente Oldenzaal had nog nooit met dit koninklijke bijltje gehakt maar uiteindelijk ging de aanvraag naar de provincie Overijssel en vandaar naar het ministerie, waarvan ambtenaren op bezoek kwamen om een kijkje te nemen en personeel te interviewen. Daarna was het aan koning Willem-Alexander om zijn koninklijke goedkeuring te geven. ‘Die schijnt hij ook te kunnen weigeren, dus dat was nog wel even spannend’, lacht Luuk.

Geheim

Een florerend bedrijf, al een eeuw, is er een geheim dat dit bedrijf kan delen met andere MKB-bedrijven in Overijssel? ‘Zorg dat je iets toe te voegen hebt aan de markt. En zorg dat je bedrijfsonderdelen op elkaar zijn afgestemd. Wij hebben wel drie poten, maar het zijn geen drie eilanden,’ adviseert Hans. En Luuk benadrukt dat De Monnik Dranken goed is voor zijn mensen. ‘Wie prettig werkt, draagt dat ook uit naar de klanten.’ Wensen hebben ze nog wel, ook ten aanzien van de overheid. Hans: ‘Die files zijn ons een doorn in het oog. En de overheid moet natuurlijk regels stellen, maar het slaat soms wel een beetje door.’

Oldenzaal
Chat met Janneke
Chat met Janneke