Let op! JIJ&Overijssel wordt begin 2020 compleet vernieuwd; dit heeft voor alle gebruikers gevolgen. Lees meer

Gallery

Legendarische toertocht werpt z’n schaduw vooruit

Overijsselse Merentocht

Redactie
De provincie Overijssel stimuleert tot 2020 grote schaatsevenementen, zoals de Overijsselse Merentocht en de eerste marathon op natuurijs. De strijd om die marathon wordt de afgelopen jaren steeds vaker gewonnen door de Haaksbergse schaats- en skeelerclub IJSCH, waar een enthousiaste ploeg vrijwilligers met vernuftige technieken het ijs laat groeien. En in De Kop van Overijssel dromen ze al jaren van een Overijssels antwoord op de beroemde Friese Elfstedentocht; de Overijsselse Merentocht, langs de rietkragen over bijna 200 kilometer. Want hoewel de winters de afgelopen jaren niet al te streng waren, zouden we de komende maanden zo maar eens op de schaats kunnen staan. Per slot van rekening; het kán vriezen!

Hij is nog nooit gehouden, maar als ‘ie er ooit komt zal de Overijsselse Merentocht de allure krijgen van een door Rembrandt geschilderd ijsportret. ‘Als je dan toch al die rijders ziet, tussen dat prachtige riet…’
Klaas Naberman geniet (78) nu al van die beelden. Hij was het die in 1996 het idee opperde voor een Overijssels antwoord op de Friese Elfstedentocht, een 200 kilometer lange schaatstocht door de Kop van Overijssel.

Naberman was toen nog wethouder in Brederwiede. Hij kreeg na een terloopse opmerking over zo’n grote schaatstocht de handen op elkaar. ‘Helemaal geen gek idee,’ kreeg hij te horen van toenmalig burgemeester Netty van den Nieuwboer van Brederwiede. Drie dagen later was het parcours al uitgezet. Daarna werd het spannend. In 1997 ging de tocht bijna door, en ook in 2012 was het ijs haast overal dik genoeg om de Overijsselse Tocht der Tochten door te laten gaan. Maar helaas; beide keren gooiden de weergoden uiteindelijk roet in het eten. Jammer, maar een logische en verantwoordelijke keuze zegt bestuursvoorzitter Roelof Groen nu. ‘We gaan er van uit dat mensen in ploegen van duizend het ijs op gaan, vijftienduizend in totaal. Dan neem je echt geen risico.’

Stamtafel in Muggenbeet

De tocht mag dan nog nooit zijn gehouden in meer dan twintig jaar tijd, de voorbereidingen zijn er niet minder om. Ongeveer iedere maand vergadert het bestuur van de Merentocht om het draaiboek te actualiseren. Vaste uitvalsbasis; de uitspanning Geertien in Muggenbeet, waar de tocht feitelijk ook is ontstaan. ‘Aan die tafel,’ wijst Klaas Naberman naar de stamtafel in het midden van het roemruchte café. ‘Daar hebben we voor het eerst bij elkaar gezeten.’ Dat is nu nog altijd de vergadertafel voor de Merentocht, met uitzicht op het water waar de schaatstocht voorbij zal komen. ‘Op 21 februari 2020,’ lacht voorzitter Roelof Groen om zijn voorspellende blik. ‘Of op de 13e, da’s de verjaardag van de vrouw van één van de bestuursleden.’ Alle gekheid daargelaten; de voorbereidingen voor de Merentocht worden niet lichtzinnig opgevat. Maar voorzitter Roelof Groen wordt echt niet zenuwachtig van het eerste nachtvorstje. ‘Dan kun je je energie beter steken in dingen die echt nodig zijn als de tocht er aan zit te komen.’

Groots

Groen kan ook blindelings vertrouwen op de deskundigheid van de veertien aangesloten ijsclubs in de Kop van Overijssel. Juist bij die clubs zit de grote winst van de nog nooit verreden schaatstocht. ‘Dankzij de bijdrage van onze donateurs beschikken die clubs over goede technieken om de baan straks te onderhouden,’ vertelt de voorzitter. ‘Ik denk zelfs dat sommige van die clubs er niet meer zouden zijn geweest zonder de Overijsselse Merentocht’. Samen met Klaas Naberman durft Roelof Groen best te dromen over hoe het zou zijn als de legende van de Merentocht ooit werkelijkheid wordt. De start in Steenwijk, de schaatsers tussen het riet, door de verschillende kleine dorpen in Noordwest Overijssel. ‘Het wordt groots,’ beloven beide heren. ‘Ooit gaat de tocht niet alleen de Kop, maar zeker ook heel Overijssel op de kaart zetten.’

Steenwijkerland