Let op! JIJ&Overijssel wordt begin 2020 compleet vernieuwd; dit heeft voor alle gebruikers gevolgen. Lees meer

Gallery

In Twente blazen de vrouwen hun partij

Bloazn: vrouwen op de Midwinterhoorn

Redactie
De feestmaand komt eraan, vol gezellige dagen binnenshuis. Voor veel Overijsselaars is december ook de maand om oude tradities in ere te houden. Met grote gemeenschapszin steken zij vrije tijd in die vaak eeuwenoude gebruiken. ‘Tradities zijn het cement van de gemeenschap’, zegt één van hen. Wij zochten de vrijwilligers achter drie Overijsselse gebruiken op.

Het midwinterhoornblazen wordt bij de meeste verenigingen nog vooral door mannen beoefend. Maar bij de Enschedese Midwinterhoornblazers is inmiddels zo’n tien procent van de blazers vrouw. Het prachtige gebruik heeft eigenlijk maar één nadeel, vinden ze: ‘Je mag maar zes weken per jaar’.

Midwinterhoornblazen is een traditie met strikte regels. Zo mag alleen worden geblazen van de eerste zondag van Advent tot en met de zondag na Driekoningen. Daarbuiten is blazen, en dus ook oefenen, uit den boze. ‘Tenzij je ermee onder de dekens gaat zitten, wordt dan gezegd’, vertelt Tineke Grootenboer (51), die al zeven jaar lid is, lachend. Gevolg van dat lange wachten is dat iedereen staat te trappelen zodra de tijd weer daar is.

Er is dus ook altijd voldoende animo om te blazen bij bijvoorbeeld kerstmarkten, kerstboomverkopen en op de zondagmiddagen in het Enschedese Ledeboerpark, het ‘thuishonk’ van de Enschedese Midwinterhoornblazers.
Tineke haalde in 2011 haar certificaat. Toen ze op een zondag bij bezoekerscentrum Lammerinkswönner naar de oerklanken kwam luisteren, hoorde ze dat ze mee kon doen. ‘Vroeger was dat voor vrouwen helemaal niet vanzelfsprekend. We bliezen een keer in het Enschedese ziekenhuis toen een oudere patiënte me tot tranen toe geroerd vertelde dat ze dat als meisje ook zo graag wilde, ‘maar ik moch nich van mien va’. Dat vond ik ontroerend.’

Stephanie Eidhof (59) zag het instrument thuis bij haar moeder aan de muur. Toen ze de oerklanken hoorde, wilde ze leren spelen. Ze besloot een cursus te volgen, en hoorde daar van het bestaan van de Enschedese club, waarvan ze twee jaar geleden lid werd. Een jaar eerder was Marieke Beld (36) na een cursus al toegetreden. ‘Als je nog maar drie tonen kent, mag je al meedoen, maar vier is natuurlijk mooier. De eerste paar keer was optreden best eng. Je staat daar toch in je eentje’, herinnert Stephanie zich. ‘Ach, andere mensen krijgen er niet eens geluid uit, of het schiet alle kanten op, denk ik dan maar’, zegt Marieke nuchter.

Het Lammerinkswönner, een eeuwenoud 'lös hoes' in het park, leent zich prachtig voor de optredens. De hoorn kan op de rand van de put rusten. Niet voor de echo, zoals vaak wordt gedacht, maar omdat vroeger de twee helften van de hoorn gesloten bleven door de hoorn in het water te leggen. Loodzwaar werd ie daardoor, dus de rand van de put was een welkome ondersteuning. De dames hebben alle drie een nieuwerwetse hoorn met verlijmde onderdelen: helften of latjes. Stephanie en Marieke maken dit jaar al voor de tweede keer zelf een midwinterhoornhoorn van een stam van els, wilg of berk, onder leiding van de Oldenzaalse blazers. ‘Daar zijn we 14 avonden druk mee: hakken, zagen, gutsen. Komen we al weer helemaal in de stemming’, glunderen ze. De dagen dat er geblazen moet worden, houden ze nu al vrij. ‘Er is gelukkig genoeg aanwas, ook van UT-studenten en andere jeugd. Het zou zonde zijn als dit oergebruik verloren ging’, vinden ze.

De Provincie Overijssel heeft vergeleken met andere provincies relatief veel tradities die zijn opgenomen in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. En dat is belangrijk, weet directeur Leo Adriaanse van Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, dat gemeenschappen ondersteunt om tradities te versterken en meer van deze tijd te maken, zodat ook jongeren geïnteresseerd raken en de gebruiken toekomstbestendig worden. ‘De Provincie Overijssel is echt een koploper als het erom gaat gemeenschappen te stimuleren op de Inventarislijst te komen. Zij kunnen met hulp van ons Kenniscentrum een borgingsplan maken om toekomstbestendig te worden, waarna het gebruik of de traditie in de inventaris kan worden bijgeschreven. De Provincie geeft dan een voucher van 5.000 euro om een element uit dat plan uit te voeren’, legt Adriaanse uit.

In Overijssel zijn verhoudingsgewijs veel mensen trots op hun streek en hun tradities. ‘Het is echt van de mensen zelf, het bepaalt hun identiteit en geeft sociale samenhang. Daarom is het mooi dat de Provincie Overijssel immaterieel erfgoed net zo volwaardig laat meetellen in het cultuurbeleid als materieel erfgoed, zoals monumenten en musea. Beiden bepalen de identiteit van een streek.’

Meer gebruiken en tradities zien? Kijk op www.immaterieelerfgoed.nl

Enschede