Gallery

Grenzen uitgummen in de EUREGIO

Redactie

De Nederlandse ambassadeur in Duitsland, Wepke Kingma, en zijn Duitse ambtgenoot in Nederland, Dirk Brengelmann, brachten eind februari een meerdaags werkbezoek aan de EUREGIO. De diplomaten zagen hoe er in deze grensregio al volop wordt samengewerkt. Ook ervoeren ze zelf waar het beter kon. Bijvoorbeeld toen hun boemeltje vanuit Münster na elf tussenstops eindelijk Enschede bereikte.

Met projectbezoeken en presentaties in Münster, Enschede en Vreden/Achterhoek liet de regio zien dat het wegnemen van grensbelemmeringen belangrijk is voor de economische ontwikkeling van het gebied. Het bezoek bracht de EUREGIO bij ‘Berlijn’ en ‘Den Haag’ nadrukkelijker onder de aandacht. Rode draad van het bezoek: de Oost-Nederland - Münsterlandagenda waarbij de partners in Nederland en het Münsterland samenwerking zoeken op het gebied van economie, arbeidsmarkt, onderwijs, mobiliteit en infrastructuur. De partijen willen het gebied zo als één stedelijke agglomeratie op de kaart zetten. Rob Welten, voorzitter van de EUREGIO: “Hiermee is de regio voorloper en proeftuin voor andere Europese grensregio’s. De kennis en ervaring die we hier opdoen kan ook andere gebieden in Europa verder helpen.”

Gezamenlijk legerkorps

Het werkbezoek startte op het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse korps, aan de drukke Hindenburgplatz in Münster. Nergens is de grensoverschrijdende samenwerking zo zichtbaar als in het Duits-Nederlandse legerkorps, dat in het militaire jargon 1 (GE/NL) Corps wordt genoemd. Hier is de grens tussen Duitsland en Nederland weg.
Het legerkorps werd in 1995 uit nood geboren. Zowel Nederland als Duitsland sneed flink in de defensiebegroting en legerorganisatie. Beide landen sloegen daarom de handen ineen en verdeelden functies, kosten, materieel en verantwoordelijkheden. Zelfs het aantal sterren van de generaals is in balans. Om de drie jaar komt er een nieuwe Korpscommandant, waarvan de nationaliteit steeds wisselt.

Sinds 2016 zwaait korpscommandant Michiel van der Laan er de scepter. Op het hoofdkwartier werken zo’n vierhonderd mannen en vrouwen. Cultuurverschillen zijn er, maar ze zijn overkomelijk. Van der Laan: “Goede samenwerking betekent dat je accepteert dat er cultuurverschillen zijn”. De korpscommandant trekt een parallel tussen en de militaire samenwerking en de samenwerking binnen de Oost-Nederland-Münsterlandagenda: vertrouwen, politieke wil en een goede juridische basis zijn volgens hem de succesingrediënten.

Diploma-erkenning

Na dit bezoek toog de delegatie naar het Haus der Niederlande, gevestigd in het Krameramtshaus, waar het Zentrum für Niederlande-Studien is ondergebracht. In dit renaissancegebouw uit 1589 in het stadscentrum van Münster verbleven tussen 1646 en 1648 de onderhandelaars van de Republiek tijdens de vredesbesprekingen met de Spanjaarden.
Op deze historische plek gingen de ambassadeurs met studenten Nederland-Duitslandstudies (Niederlande-Deutschlandstudien) in gesprek over de kansen en belemmeringen die ze ervaren in grensoverschrijdend onderwijs. Er werd aandacht gevraagd voor de wederzijdse erkenning van diploma’s. Met name voor MBO-opleidingen in de zorg en kinderopvang is de situatie verre van ideaal. Ook werd een vurig pleidooi gehouden voor meer en beter Duits taalonderwijs in Nederland. De beheersing van de taal loopt rap terug terwijl Duitsland Nederlands belangrijkste handelspartner is. Onno van Veldhuizen, voorzitter van de Regio Twente, deed een dringende oproep aan de studenten: “Als je ergens de broedkramer van het nieuwe Europa zou moeten voelen, is het hier vandaag, in dit gezelschap. Wacht daarom niet tot ‘Europa’ zich sterker maakt, maar kom zelf in actie en laat je stem 23 mei horen bij de Europese verkiezingen.”

Elf tussenstops

Tijdens de treinreis van Münster naar Enschede op dinsdagmiddag besprak de delegatie het belang van goede bereikbaarheid. De reis zelf bewees dat hier nog veel winst te halen is. Na 65 kilometer, 11 tussenstops en bijna 1 uur en 20 minuten reistijd, was het iedereen duidelijk dat de bestaande dienstregeling niet uitnodigt om regelmatig tussen Münster en Enschede op en neer te reizen. Inmiddels liggen er plannen die de reistijd tot minder dan een uur terugbrengen. Volgens Michael Geuckler, directeur ZVM (Zweckverband für den Schienenverkehr im Münsterland) draagt een snelle verbinding bij aan de werkgelegenheid. Geuckler somde op wat daarvoor nodig is: elektrificatie, plaatselijke verdubbeling van het spoor en de inzet van dubbeldekkers.

Brengelmann (links) en Kingma (rechts) in de boemel van Münster naar Enschede

1300 Duitse UT-studenten

Dat Duitse en Nederlandse kennis- en onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven elkaar weten te vinden en versterken werd woensdagmorgen duidelijk bij de Universiteit Twente. Op de innovatiecampus Kennispark Twente werken het Fraunhofer Project Center en het Max Planck Research Instituut intensief samen met de universiteit en de daar gevestigde tech-bedrijven. Brengelmann was onder de indruk: “De vestiging van zowel het Fraunhofer als het Max Planck Research Instituut op de campus van de UT is ongehoord!”

De UT heeft 1300 Duitse studenten op een totaal van 11000, 150 Duitse stafleden en veel gezamenlijke onderzoekpartnerschappen. Mirjam Bult, lid van de raad van bestuur van de universiteit, vertelde over de grensoverschrijdende samenwerking en benadrukte dat Duitsland het belangrijkste partnerland is voor de UT. Samenwerking is van belang om studenten, technologieën en producten af te leveren met groot maatschappelijk rendement. Alleen zo kan tegenwicht aan China worden geboden.

Burgemeester Van Veldhuizen, voorzitter van de Regio Twente, sloot zich hierbij aan: “Binnen een straal van zestig kilometer vind je hier 100.000 hoogopgeleide mensen, met de Universiteit Twente, Saxion, de Westfaalse Wilhelms-Universiteit in Münster en de Hochschüle in Osnabrück om de hoek. Een enorm potentieel. Dat moeten we blijven vertellen.” Nogmaals werd het belang van wederzijdse erkenning van diploma’s onderstreept.

Uitgummen

Na afloop blikten beide ambassadeurs positief terug op het bezoek. Kingma viel op dat het wederzijds begrip in de grensregio groot is en onderstreepte het belang van grensoverschrijdende samenwerking. “In de gesprekken die we gevoerd hebben met de vele mensen die zelf actief zijn, wordt duidelijk wat de regio zelf doet en kan doen en waar provinciale en landelijke overheden kunnen helpen met het ‘uitgummen’ van de grenzen” De Duitse ambassadeur Brengelmann vulde aan: “Het is niet voor het eerst dat ik op bezoek ben in de EUREGIO en opnieuw ben ik weer verrast door de ambitie, creativiteit en inzet van kennisinstellingen, bedrijven en overheden om samen werk te maken van grensoverschrijdende samenwerking. Het is iedere keer weer van waarde om de praktijk van de grens te ervaren en oplossingen voor beide landen dichterbij te brengen. In deze regio kun je goed zien wat Europa met open grenzen voor onze inwoners betekent.”

Chat met Janneke
Chat met Janneke