Gallery

Symposium Groene en Klimaatadaptieve steden en dorpen

‘Sloop die stoeptegels er uit!’

Redactie

Deventer - De timing was perfect. Na een zomer waarin de steden trilden van de hitte en het Twentse platteland zich ontwikkelde tot de droogste regio van Nederland: een symposium over ‘Groene en klimaatadaptieve steden en dorpen’, georganiseerd door de provincie Overijssel, samen met de waterschappen en VNG. Bij de massaal toegestroomde deelnemers, van gemeenten, instellingen en organisaties waren de geesten wel rijp na de extreem droge zomer: er moet echt iets gebeuren aan klimaatadaptatie. Er gebeurt al veel, en er kan van elkaar geleerd worden.

‘Natuur, daar gaat een mens zich gewoon beter door voelen. Natuur is geen luxe’

Geen enkele Overijssel gemeente, aanwezig op het symposium, gaf aan echt ‘klaar’ te zijn voor klimaatadaptatie. Anderzijds hebben wel bijna alle gemeenten iets over klimaatadaptatie in hun collegeakkoord opgenomen. Het belang is onderkend, de weg er naar toe nog onbekend. Er is al een regionaal klimaatadaptatieplan van de provincie, nu moet het nog gaan werken. Sinds 2017 staan provincies aan de lat voor natuur en groen. Dan gaat het niet alleen om beschermen, maar ook om benutten. Of, zoals gedeputeerde Hester Maij bij de opening van het symposium opmerkte: ‘Natuur, daar gaat een mens zich gewoon beter door voelen. Natuur is geen luxe.’ Overijssel werkt al met de Operatie Steenbreek, en Provinciale Staten trokken de portemonnee voor het vergroenen van alle schoolpleinen – nu nog vaak steenwoestenijen – in de provincie.

‘Watergedeputeerde’ Bert Boerman over de extreme droogte van de afgelopen maanden: 'Het kneep deze keer wel écht door. Het groener maken van de steden is urgent. Niet alleen om de hitte tegen te gaan, ook om het water van de hoosbuien, die tegenwoordig vaker voorkomen dan ooit, af te kunnen voeren.’ Net als in Enschede hoosden ook in Tubbergen de kelders vol. ‘En de inwoner kijkt dan toch naar de gemeente’ zei wethouder Erik Volmerink. ‘Die moet het technisch voor elkaar hebben, met het rioleringssysteem. De wijken betrekken bij de herinrichting. Mensen enthousiast maken. Cohesie zoeken. Groen heeft zoveel leuke kanten. Laten we het gewoon doen met z’n allen.

‘En als je dan toch de straat moet opbreken kun je ’t meteen maar beter goed doen’


Planten, planten, planten

‘Sloop die stoeptegels er uit. Laat elk dorp, elke stad in Overijssel vijfhonderd tot duizend eiken poten. En klaar ben je met je wateroverlast en hittestress.’ Dat is het idee dat Adriaan Geuze de provincie Overijssel aan de hand deed. De landschapsarchitect en oprichter van het wereldberoemde bureau voor stedenbouw en landschapsarchitectuur West 8 had eigenlijk maar één goeie en goedkope oplossing: ‘Planten, planten, planten, planten.’ 

‘En als je dan toch de straat moet opbreken kun je ’t meteen maar beter goed doen,’ merkte de landschapsarchitect laconiek op. In Overijssel valt het allemaal nog reuze mee met die hittestress, zo relativeerde hij. ‘We wonen in Nederland met zeventien miljoen mensen in kleine steden en dorpen, we zijn op watergebied een voorbeeld voor de rest van de wereld. Denk aan reusachtige metropolen, als Toronto – dat is pas hittestress. Dus waar hebben we het over.’ Zijn bureau werkte mee aan klimaat adaptieve oplossingen voor de Urban Canyonaan de baai van Ontario, twaalf miljoen inwoners, één en al asfalt en beton, grote auto’s, bloedhete zomers en ijskoude winters, waarbij tonnen strooizout in het milieu terecht komen. Een megaopgave om dat tij te keren.

Kaltluft

West 8 bedacht er ingrijpende oplossingen voor. Wegen en fietspaden op stapels kratten vol goede grond; onder het asfalt groeien nu wortels van bomen, véél bomen. Dikke bomen. Waterzakken in de grond die langzaam water lekken, waardoor de volle omvang van de regen wordt benut. Het fenomeen ‘Kaltluft’ werd gebruikt, een Duits idee waarbij frisse koude lucht uit omringende bossen via vernuftige systemen de stad in wordt gebracht. ‘Duitsland is al veel eerder dan Nederland begonnen met oplossingen bedenken voor de klimaatproblemen,’ aldus Geuze, die sprak over systemen waarbij Kaltluft gebruikt wordt door bijvoorbeeld parken te koppelen; pretentieuze ecoparadijzen, vaak nog op papier en peperduur. Van Adriaan Geuze hoeft het allemaal niet zo ingewikkeld en kostbaar. Het kan simpeler en robuuster, een jong boompje kost een kwartje. Hoewel: overdrijven mag ook. Zoals Eindhoven, dat met een 13 kilometer lange bomenallee Versailles naar de kroon steekt. Over de pergola’s boven de busbanen groeit en bloeit de blauwe regen nu weelderig.

‘Twintig jaar geleden een vreselijk dreklandschap, dat niet meer van de mensen was'

Groene guerrilla

Bomen, bomen, bomen. Zoals bij Schiphol. ‘Twintig jaar geleden een vreselijk dreklandschap, dat niet meer van de mensen was.’ Geuze kreeg er de vrije hand om jaarlijks 100.000 bomen te planten. Maar bomen, vogels en vliegtuigen gaan niet samen. Dus werd er gezocht naar een boomtype dat geen vogels aantrekt. Dat werd gevonden in Finland. Vogels houden niet van de Zachte Berk. In een periode van acht jaar werden er 800.000 berken geplant bij Schiphol. Alles werd ingezaaid met klaver. ‘Een soort groene guerrilla, die het heftige landschap van Schiphol heeft gedempt.’ De ironie: in de buurt van reclameborden moesten de inmiddels uit de kluiten gewassen bomen weer worden omgehakt. ‘Dat is de commercie hè, er moeten wel flink pegels verdiend worden,’ moppert Geuze. ‘Maar heus, die achthonderdduizend bomen krijgen ze niet meer weg, dus we redden het.’ Zijn raad aan Overijssel: ‘Dit land is uitermate geschikt voor de eik. Plant er in of bij elke stad en dorp vijfhonderd. Opgelost!’

Goede voorbeelden

Het is misschien allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. In probleemwijken in grote steden hebben de mensen wel wat anders aan hun hoofd dan bomen planten. En niet iedereen is gediend van blaadjes en beestjes. Toch kwam een aantal wethouders al met een serie tot de verbeelding sprekende voorbeelden van hoe het anders kan. Harriët Tiemens, wethouder groen en water van de gemeente Nijmegen (European Green Capital) liet zien hoe de stad na de overstroming van 1995 het rivierpark bedacht, de Spiegel-Waal en het eiland Veur-Lent. Eerst was er weerstand, nu is iedereen er blij mee. Dorus Klomberg, wethouder te Rheden vertelde over zijn actie

Ik Buurt Mee 

en de Operatie Steenbreek aldaar. Ed Anker, van Zwolle, over Stadshagen met geluidswallen als waterkeringen en een ondergrondse rivier om water af te voeren: 'De stad is de motor van de innovatie. Wij betrekken stakeholders zoals bouwers en verzekeraars erbij. Zwolle heeft 50 sensors in de hele stad geplaatst om regen te meten. Dat zijn prima data, ook voor verzekeraars om de risico’s te kennen.’ In veel steden was het lange tijd usance om singels en grachten te dempen. Die beweging is flink op z’n retour. Enschede en Almelo brachten het water terug in de stad. Beekdalen, wadi’s en nieuwe waterwegen komen terug in beeld. En dan wordt een oude wijk ineens weer hip, willen mensen er maar wat graag wonen.

Aan de slag

Het middagprogramma bracht de symposiumbezoekers in beweging met allerlei nieuwe en beproefde ideeën; inspiratie om thuis meteen mee aan de slag te gaan. Erik Volmerink, nog een beetje duizelig van zijn virtual reality experience in het Tiny Forest*: ‘Wat goed is aan zo’n dag is dat je heel veel opsteekt, negatief én positief, van de ervaringen van anderen. Wat je leert is dat je nieuwe ideeën niet meteen moet afkaderen, dan sla je dingen dood en dat is niet van deze tijd. Voor gemeenten is het belangrijk er ook het zakelijk belang van in te zien. Dat je vroeg inhaakt bij ideeën van inwoners, en in een vroeg stadium dingen als vergunningen en financiering meeneemt, daarmee voorkom je later teleurstellingen. Aanjagen, meedenken en de energie vasthouden, dat is wat we moeten doen.’

Gedeputeerden Maij en Boerman kwamen aan het slot van de dag nog met een paar nieuwtjes voor het publiek: Overijssel schaart zich achter de actie Green Deal Groene Daken, een deal die verschillende overheden, bedrijven en kennisinstellingen hebben gesloten om de aanleg van groene daken te bevorderen. Dat past binnen de provinciale natuur- en klimaatambities en de acties om steden en dorpen te helpen met het vergroenen, natuurinclusief bouwen, verminderen van hittestress en meer biodiversiteit. Net als de vervolgactie op de groene schoolpleinen: de nieuwe ‘competitie’ draait straks om de Groenste Straat van Overijssel.

Tekst: Geke Mateboer

*Tiny Forest (geregistreerd handelsmerk!) is een idee van het IVN waarmee ze de postcodeloterij ‘wonnen’. Inmiddels staan er al 12 Nederlandse gemeenten op de nominatie voor die kleine wildernissen in de stad, aangelegd en verzorgd door schoolkinderen en vrijwilligers. Compleet met een ‘buitenlokaal’ waar docenten worden bijgeschoold in het geven van buitenlessen. Gemeenten co-financieren. In totaal moeten er 100 Tiny Forests ontstaan. 

 

Deventer
Chat met Janneke
Chat met Janneke