Gallery

Interview Herbert Altena, HAMAT Genemuiden

“Het loopt steeds verder uit de klauwen, op de goeie manier!”

Redactie

Provinciale Staten van Overijssel wezen eind vorig jaar het ‘tapijtcluster’ Genemuiden-Hasselt (Zwartewaterland) aan als topwerklocatie. Dat zijn werklocaties met bijzondere vestigingscondities voor bedrijven die zich op de internationale handel richten; ze hebben een stimulerende functie voor de werkgelegenheid in de regio. Er zijn nu vijf van deze toplocaties in de provincie. Hessenpoort en Polymer Science Park (Zwolle), bedrijvenpark A1 en het Open Innovatie Centre (Deventer) kregen al eerder het predicaat. Voor Genemuiden en Hasselt gold als bijzonderheid dat de hele productieketen daar aanwezig is, gecombineerd met een ‘heel eigen arbeidsethos’. Maar ook dat het gebied de potentie heeft door te ontwikkelen tot een innovatief circulair systeem, aldus de experts.

Het tapijtcluster richt zich op productie en verwerking –tot onder meer matten-, op de verkoop, recycling en transport van tapijt en kunstgras. Ondanks de schaalgrootte is de industrie vrijwel uitsluitend lokaal gebonden bedrijvigheid. Het zijn dan ook vaak familiebedrijven.

Herbert Altena (43) is mededirecteur van zo’n tapijtbedrijf dat eigendom is van drie Genemuider families, Visscher, Harms en Altena. Zelf heeft Herbert van huis uit niks met tapijt zegt hij, hoewel zijn grootvader ‘Piet de Kraeje’ met een vrachtwagen riet en biezen vervoerde voor de mattenindustrie. Piet de Kraeje werkte in zijn tijd samen met Giep Verhoek, de grondlegger van Transportbedrijf Verhoek Europe, met tegenwoordig meer dan 400 vrachtwagens vanuit Genemuiden en vestigingen in Duitsland en Engeland. Want in de slipstream van de tapijtindustrie, die verantwoordelijk is voor 70% van de totale Nederlandse productie, floreren tal van vervoers- en toeleveringsbedrijven in de gemeente. Van de productie gaat 80% naar het buitenland. Samen met Gent-Kortrijk vormt Genemuiden het hart van de Europese tapijtindustrie.

Herbert Altena met zijn dochter Janine

Geschiedenis van de tapijtindustrie

Eeuwenlang groeiden in Genemuiden biezen, langs de randen van de Zuiderzee. Begin vorige eeuw ontwikkelde zich daaruit de mattenindustrie. Biezen werden in de huisindustrie geoogst en gedroogd en verwerkt tot blokmatten en rolmatten. Na de inpoldering van de Zuiderzee kwam de klad in de biescultuur en werd omgeschakeld naar een andere grondstof; kokosgarens uit India werden in tientallen fabriekjes verwerkt tot matten en lopers. In de jaren ’70 deden kunstvezels hun intrede en schakelde Genemuiden over op de productie van kamerbreed tapijt. De geschiedenis van de ontwikkeling van de tapijtindustrie is vandaag de dag nog te zien in het Tapijtmuseum.


Genemuiden op z’n Genemuidens

Herbert trouwde met een meisje Visscher, destijds eigenaren van Lenvinyl, een tapijtgigant. Schoonvader Helmich ‘kocht’ HAMAT, een groothandel die in 1998 begon met eigen productie. De filosofie daarachter: met grossieren in tapijt loop je altijd een beetje achter de feiten aan; als de markt druk is kun je de levering niet aan, en als het niet druk is hoopt de voorraad zich op. Zelf produceren is dan het antwoord. ‘Wil je een belangrijke speler zijn op deze markt, dan moet je je eigen spul maken’ zegt Altena. Zelf garen maken, zelf tuften, zelf de pvc backings (ruggen) maken achter het tapijt. Het complete verhaal.’ Inmiddels is HAMAT uitgegroeid tot een van de grootsten in Europa. En misschien wel ter wereld waar het gaat om assortiment. In de showroom aan de Spoelstraat laat Herbert Altena een indrukwekkende collectie zien van schoonloopmatten, lopers en karpetten. ‘Met onze eigen productiefaciliteit hebben we controle op het gehele productieproces, van garen tot mat. Zo kunnen we flexibel inspelen op vragen, bieden we hoge kwaliteit en beschikken we over grote palletaantallen. En we leveren snel. Door grote voorraad te combineren met een volledig geautomatiseerd magazijn’ Dat magazijn, fonkelnieuw, torent met 27 meter hoog uit boven het Genemuider industrieterrein. Prille loot aan het HAMAT imperium is de ‘grastak’. Kunstgrastapijt produceren. De garenproductielijn is net overgenomen van Beensgrassyarns, van eigenaren René Heitkönig en Geert Beens. Dat gaat in Genemuiden op z’n Genemuidens. ‘Onder een kop koffie hadden we een goed gesprek met Geert. Joh, zeiden we, je bent nu 67, wil je ons de boel niet verkopen? De deal was binnen een dag beklonken.’

“Mijn kinderen moeten niet afhankelijk zijn van het familiebedrijf. Als ik ooit omval, moeten ze zichzelf kunnen redden.”


Familiebedrijf

Waar vroeger in Genemuiden tientallen kleine familiebedrijfjes floreerden zijn er nu een aantal giganten, waarvan sommigen, zoals EDEL Tapijt, niet meer in familiehanden zijn. ‘Dat is de andere kant van het familiebedrijf,’ zegt Herbert Altena ‘Soms ook tragiek. De tweede, derde generatie van zo’n bedrijf krijgt soms met tachtig aandeelhouders te maken, waardoor de bestuurbaarheid lastig wordt. Vroeger was het vanzelfsprekend dat de kinderen ook weer in het bedrijf kwamen. Had je een rijbewijs, kreeg je een pak stalen mee en hup, de weg op. Tegenwoordig is dat gelukkig anders. Ik weet niet wat mijn kinderen in de mouwen hebben. Ik heb er twee op Windesheim zitten, die doen human resources en technische bedrijfskunde. Ze moeten niet afhankelijk zijn van het familiebedrijf, dat is beter. Als ik ooit omval, moeten ze zichzelf kunnen redden.’

Energie en toekomst

De Genemuider ondernemers zijn blij met de ‘topwerklocatie’ erkenning van de provincie Overijssel. ‘Het voelt toch als een soort bevestiging, van wat we zelf als heel normaal ervaren; bijna ¾ van de Nederlandse tapijtproductie komt hier vandaan, dat is al heel lang zo. Maar als je dat afzet tegen de teloorgang van de textielindustrie in Twente is dit best bijzonder. Wij zijn hier overeind gebleven omdat we de concurrentie met de lage lonen landen aan konden, door te automatiseren en de productiekosten in de hand te houden’ En hard werken natuurlijk, want dat ‘arbeidsethos’ zit in de genen van de tapijtstad.

“We weten allemaal dat de grenzen van het gebruik van fossiele energie in zicht zijn, daar moeten we echt wat mee.”

De aanwijzing als topwerklocatie is volgens Altena een prachtige kans om gezamenlijk in te zetten op de groei van de industrie, zonder de CO2 uitstoot te laten toenemen. ‘We weten allemaal dat de grenzen van het gebruik van fossiele energie in zicht zijn, daar moeten we echt wat mee. Het gasverbruik is hier enorm, daar moeten we op korte termijn alternatieven voor vinden. Wij willen meer meters maken, zonder extra CO2 uitstoot te veroorzaken. In andere landen telt dat milieu vraagstuk minder, dat maakt in de toekomst onze concurrentiepositie zwakker.’ Voor de oplossing wordt gekeken naar de mogelijkheden van windenergie of biogas. ‘En wat we ook gezamenlijk aan moeten pakken is het ruimtegebrek en de infrastructuur op het industrieterrein. Bedrijven zijn nu veelal versnipperd over de terreinen, dat maakt dat er enorm veel verkeersbewegingen zijn in het gebied, van en naar de verschillende werklocaties.’

“Wij willen meer meters maken, maar zonder extra CO2 uitstoot te veroorzaken.”

Wat duurzame energie opwekking betreft is het bedrijf overigens de tijd vooruit; in totaal liggen er 25.000 m2 zonnepanelen op het dak van het bedrijf. ‘In principe leveren we meer energie terug dan we kunnen gebruiken’. Waar gaat de expansiedrift van HAMAT op aan? ‘Dit is een leuke tijd om te ondernemen. En om nieuwe dingen te beginnen. Er zijn nog genoeg gebieden in de wereld om te kunnen scoren. Japan. Australië. Het loopt steeds verder uit de klauwen, op de goeie manier,’ lacht Altena.

Zwartewaterland
Chat met Janneke
Chat met Janneke