Gallery

Longread

Ondergedoken kunstschatten in Paasloo

Redactie

Verscholen in de bossen van Paasloo staat een mysterieus bouwwerk. Is het een boerderij met een silo? Of een kerk met een ronde toren? Eenmaal binnen blijkt het nog steeds in gebruik waarvoor het tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd: het bewaren van kunstschatten.

,,Zelfs met een kanon kom je hier nog niet binnen’’, lacht Kristian Garssen, terwijl hij een stalen traliehek achter zich sluit. Hij wijst op de halfronde schil van gewapend beton die een frontale aanval op de toegangsdeur tot de bunker moest voorkomen. Met een ouderwets ogende sleutel opent de coördinator collecties van museum De Fundatie de metalen deur van de bunker. Maar we zijn er nog niet. Nog twee zware kluisdeuren scheiden ons van de kunstcollectie die hier hangt.

Voorheen was de bunker soms toegankelijk tijdens openmonumentendagen. Vanwege de veiligheid mag dat niet meer. Nu komt alleen Garssen hier nog en af en toe een kunsthistoricus die onderzoek doet.

Camouflage

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden kunstschatten uit Nederlandse musea opgeslagen in grotten en bunkers om te voorkomen dat ze bij bombardementen verloren zouden gaan. Eind 1941 werden bunkers aan de kust op last van de bezetter ontruimd vanwege de bouw van de Atlantikwall. Hierop werd in Paasloo bij Steenwijk een nieuwe bunker gebouwd. Het bos diende als camouflage, de ronde vorm van de bunker kon bij beschietingen projectielen laten afketsen. Door het gebouw van bovenaf op een kerk te laten lijken, zou de bunker minder snel worden gebombardeerd.

De met baksteen beklede muur werd gemaakt van gewapend beton. De buitenwand is maar liefst vierenhalve meter dik, het dak zelfs negen meter. Bijzonder als je bedenkt dat de schaarse grondstoffen nodig waren voor de Duitse oorlogsindustrie.

Lange neus

,,De bouw werd bewust gerekt,’’ vertelt Garssen. ,,Zolang de arbeiders hier aan de slag waren, hoefden ze niet in Duitsland te werken.’’ De gevel werd voorzien van en keramisch tegeltableau met het Nederlandse wapen en de spreuk ‘Je maintiendrai’. Ook dit lijkt een lange neus naar de bezetter.

In september 1943 werden de eerste schilderijen naar de bunker overgebracht, waaronder Het straatje van Johannes Vermeer. In totaal werden 3000 kunstwerken in Paasloo opgeslagen, afkomstig uit diverse Nederlandse musea.

Hadden we niet meer te vrezen van de roofzucht van de Duitse bezetter dan van een vergissingsbombardement van de geallieerden? Garssen: ,,”Nur Scheissbilder” zouden de Duitsers gezegd hebben, toen ze de collectie zagen. Bij mijn weten hebben ze niets meegenomen.’’

De bunker herbergt nog steeds kunstschatten. Museum de Fundatie gebruikt het als depotruimte. Ook veel werken van Paul Citroen uit de kunstcollectie van de Provincie Overijssel, de eigenaar van de bunker, hangen hier. ,,Door de dikke muren duurt het wel een half jaar voordat de temperatuur hier een graad stijgt of daalt. Prima omstandigheden om kunst te bewaren. We hebben een klimaatinstallatie, maar die is vooral om te zorgen dat de luchtvochtigheid op peil blijft en dat ik niet omval als ik hier aan het werk ben.’’ Lachend: ,,Weinig zuurstof is prima voor de schilderijen, maar niet voor mij.’’

Jeukende handen

Enthousiast bladert Garssen door de metalen rekken waaraan talloze schilderijen hangen. Bij elk werk hoort een verhaal. Zoals het schilderij dat de gravin van Rechteren Limpurg in 1882 aanbood voor een expositie maar te bloot werd bevonden. De gravin zorgde ervoor dat het portret van Andromeda met blote borsten prominent in een etalage in de Zwolse Diezerstraat kwam te hangen. Garssen wijst op een schilderij dat nog is ingepakt en afgedekt met folie. ,,Verkeerde verf gebruik. Die droogt nooit.’’ Enkele schilderijen zijn zo beschadigd dat restaureren de investering niet waard is. Bij sommige werken vermoedt Garssen dat de beschadigingen bewust zijn aangebracht. ,,Om ze ouder en echt te laten lijken. Waarschijnlijk vervalsingen.’’

Toch is het merendeel van de collectie in prima staat. En er hangen grote namen als Karel Appel tussen en veel hedendaags werk, bijvoorbeeld van Jeroen Krabbé. ,,Als ik hier rondloop jeuken mijn handen om een expositie samen te stellen,’’ bekent Garssen. Met enige regelmaat gebeurt dit tijdens de Fundatie Fusions: kleine tentoonstellingen op bijzondere plekken met werk uit de collectie. En de Citroens gaan naar het Panoramamuseum in Bad Frankenhausen voor een expositie in oktober. De kunstbunker zelf is dit najaar mogelijk ook onderwerp van een tentoonstelling, in het stadsmuseum van Steenwijk.

Tijdcapsule

Niet alleen schilderijen blijven hier goed geconserveerd. Garssen wijst op stapels grote rieten manden. Ze ogen als nieuw. Een etiket met ‘7 juni 1941’ verraadt dat ze hier al even staan. ,,Hier werden kleinere werken in bewaard. We troffen ze aan met houtkrullen en kranten uit 1939 er nog in.’’ Op de binnenmuren zijn met rode pen aantekeningen gekrabbeld over de schilderijen. Het lijkt of de inkt net droog is, maar het zwierige handschrift doet vermoeden dat ook deze krabbels dateren van meer dan zeventig jaar geleden. ,,Deze bunker is een tijdcapsule.’’

Tekst Joep Boerboom,foto’s Arjo Kleinhuis

Steenwijkerland
Chat met Janneke
Chat met Janneke